'Sociale zekerheid moet geen vangnet zijn, maar een trampoline'! De VVD vindt dat prestatieafspraken over de uitstroom onderdeel van beleid moeten zijn. De VVD gaat uit van het adagium: Maak werk van je uitkering. Mensen met een uitkering moeten veel strenger op hun eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken. Uitgangspunt is dat mensen in hun eigen levensonderhoud voorzien. Het opnemen in de Wet Werk en Bijstand (WWB) van het begrip "algemeen geaccepteerde arbeid aanvaarden" leidt ertoe dat minder leuk werk, tijdelijk werk of werk dat niet aansluit bij de genoten opleiding geen reden meer is om niet aan het werk te gaan. De hoogte van de uitkering wordt afgestemd op het getoonde verantwoordelijkheidsbesef. Inkomensbeleid is rijksbeleid. Op grond van de WWB zijn gemeenten verantwoordelijk voor het verstrekken van een bijstandsuitkering aan die inwoners, die om uiteenlopende redenen niet in staat zijn een eigen inkomen te verwerven.Aanvullend hierop kan in bepaalde gevallen bijzondere bijstand worden verleend. Schuldsaneringtrajecten kunnen in individuele gevallen deel uitmaken van het aanvullende gemeentelijke minimabeleid. Voor sommige inwoners blijft de afstand tot de arbeidsmarkt definitief te groot. Door middel van een beleid voor sociale activering kan voor langdurige werklozen de maatschappelijke participatie worden verhoogd en een sociaal isolement worden doorbroken of voorkomen.Prestatieafspraken en eigen verantwoordelijkheid zijn hierbij sleutelbegrippen.De VVD vindt dat mensen werk van hun uitkering moeten maken!
Ouders en verzorgers zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor opvoeding en gedrag van hun kinderen. Scholen en verenigingen spelen daarbij een aanvullende rol. Met verreweg de meeste jongeren in Maarssen gaat het goed. Jongeren met wie het goed gaat, verdienen ook onze aandacht. Zij vormen een belangrijke groep en kunnen via een voorwaardenscheppend beleid gestimuleerd worden in hun verdere ontwikkeling en ontplooiing. Zie hierover tevens het hoofdstuk 6. Sport. Voor sommige jongeren is extra aandacht en begeleiding noodzakelijk en gewenst. Jongerenbeleid dient in de eerste plaats gericht te zijn op de groep probleemjongeren van 8 tot 14 jaar. Zij moeten als eerste begeleid worden naar keuzevrijheid, zelfstandigheid, medezeggenschap en participatie zoals dat in de Nederlandse samenleving is ontwikkeld in de afgelopen decennia. Jeugdhulpverlening is een essentieel onderdeel van jeugdbeleid. Nadruk dient hierbij te liggen op preventie en het vroegtijdig onderkennen van problemen. Afstemming met de politie en Bureau Jeugdzorg is hierbij van belang. De VVD is van mening dat de inzet van jeugd- en jongerenwerkers beperkt kan worden. Dit betreft o.a. hun inzet op het in kaart brengen van groepen probleemjongeren. De VVD is van mening dat de politie (surveillanten) hiervoor het meest effectieve instrument in handen hebben, namelijk de identificatieplicht. Overigens is de VVD ook van mening dat we op dit moment belonen voor slecht gedrag.Jongeren die voor overlast zorgen en/of asociaal gedrag vertonen krijgen op dit moment alle aandacht van jeugd- en jongerenwerkers, er worden allerlei activiteiten voor hen georganiseerd en met hun wensen wordt rekening gehouden. De VVD constateert dat dit in de meeste gevallen verspilde moeite is. Overlast neemt niet of nauwelijks af. De VVD pleit ervoor dat het merendeel van deze gelden ingezet wordt voor de jeugd die zich wel “normaal” gedraagt. De gemeente maakt actief gebruik van HALT-projecten om jongeren te confronteren met de gevolgen van de gepleegde strafbare feiten. Met politie en justitie worden meerjarenafspraken gemaakt over de toepassing van HALT-projecten. De VVD vraagt specifieke aandacht voor taak én leerstraffen.
De senior van nu is niet de bejaarde van 20 jaar geleden. De oudere inwoners willen zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen omgeving blijven wonen. Het beleid, ook van de gemeente, moet er op gericht zijn om de vitaliteit te stimuleren. Het ouderenbeleid dient gebaseerd te zijn op keuzevrijheid, zelfstandigheid, zelfredzaamheid, medezeggenschap en participatie in het maatschappelijke leven. Het feit dat ouderen inmiddels massaal gebruik maken van de vele ICT mogelijkheden speelt hierbij een belangrijke rol. Voor de samenleving kan de kennis en ervaring van senioren ook worden overgedragen via een ouderenraad of door ouderen te laten adviseren over en invloed uit te laten oefenen op lokaal beleid. Door de instelling van het persoonsgebonden budget (PGB) kunnen ouderen zelf beslissen waar zij de zorg inkopen, waarvoor zij geïndiceerd zijn. Dit biedt hen in veel gevallen de mogelijkheid langer in hun eigen omgeving te blijven wonen. De WVG-binnenkort WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) biedt ook particuliere woningbezitters de mogelijkheid aanpassingen binnen de eigen woning te realiseren. De gelijkvloerse (nul-treden) woningen van Portaal kunnen in veel gevallen worden aangepast (liften etc.) zodat ze echt geschikt zijn voor senioren. De toegang tot zorg is een taak van de gemeente, die daartoe goede afspraken maakt met zorginstellingen. Tussen gemeenten en zorgverlenende instellingen dient structureel overleg te worden gevoerd over ouderenbeleid. Het lokale bestuur vervult hierbij een stimulerende en coördinerende rol, zodat alle zorgverlening inzichtelijk is georganiseerd en is afgestemd op de bestaande vraag. De VVD benadrukt bovendien de noodzaak van het aanbieden van zorg op maat, dat wil zeggen zorg naar noodzaak. Openbare gebouwen, recreatie-, sport- en groenvoorzieningen en openbaar vervoer dienen toegankelijk en bruikbaar te zijn voor ouderen.Mobiliteit is een belangrijke voorwaarde voor maatschappelijke en sociale participatie. Naast het eigen vervoer en de voorzieningen via de WMO biedt ook het collectief vraagafhankelijk vervoer mogelijkheden voor ouderen.
Ook mensen met een lichamelijke of geestelijke handicap moeten zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren en actief kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven. Het spreekt voor de VVD vanzelf dat gehandicapten(organisaties) vertegenwoordigd zijn in de besturen van instellingen. Door middel van deelname in een cliëntenraad dienen zij ook betrokken te worden bij de advisering over het gemeentelijke gehandicaptenbeleid. Openbare gebouwen, recreatie-, sport- en groenvoorzieningen en openbaar vervoer dienen toegankelijk en bruikbaar te zijn voor gehandicapten. Het aanbrengen van liften en andere voor gehandicapten noodzakelijke voorzieningen wordt gestimuleerd. Gezorgd wordt voor veilige doorgangsroutes voor lichamelijk gehandicapten in de gemeente. De gemeente zorgt voor aangepast vervoer, in combinatie met het openbaar vervoer en waar nodig in samenwerking met de regiogemeenten. Het persoonsgebonden budget biedt gehandicapten en ouders van gehandicapte kinderen de mogelijkheid zelf bij zorgaanbieders de noodzakelijke zorg in te kopen. De gemeente is ervoor verantwoordelijk dat die keuzemogelijkheden er ook zijn, waar nodig in samenwerking met regiogemeenten.
Integratie is een noodzakelijke voorwaarde voor een gezonde samenleving, primair een taak van de rijksoverheid. Gemeenten zijn uitvoerend en moeten met hun beleid zorgen dat migranten hun draai vinden in de Nederlandse maatschappij. Van de migranten mag worden verwacht dat zij de kernnormen en de kernwaarden van de Nederlandse samenleving onderschrijven. Deze zijn: de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, de gelijkwaardigheid van homo's en hetero's, de scheiding van kerk en staat, en de vrijheid van het individu. De Nederlandse overheid en ook de Nederlandse inwoners moeten aan de oud- en nieuwkomers duidelijk maken wat de grondregels zijn en waarom ze belangrijk zijn. Liberalen vinden culturele diversiteit een groot goed, maar er zijn grenzen hieraan wanneer het belang van het individu of de openbare orde dit vereist. Integratie is pas geslaagd als een migrant, maar ook de oudkomer, volledig is geïntegreerd. Dit betekent dat hij/zij actief meedraait in onze samenleving en de Nederlandse taal spreekt, werk heeft, belasting betaalt, stemt en zich houdt aan de Nederlandse wet, kinderen naar school stuurt en loyaliteit voelt aan de Nederlandse staat die hem of haar heeft opgenomen. In praktijk betekent dit aanspreken als Nederlandse inwoner op de individuele verantwoordelijkheid.
Uitgangspunt voor de inwoners is dat ieder verantwoordelijk is voor zijn eigen gezondheid. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) heeft tot doel om de kwaliteit van de zorg en de ondersteuning aan de inwoners te verbeteren, zodat iedereen volwaardig aan de samenleving kan deelnemen. De wet omvat de Wet Voorzieningen Gehandicapten, de Welzijnswet en delen van de AWBZ.Hierbij is het voor de gemeente belangrijk om samenhang te brengen in de voorzieningen voor de inwoners. De WMO legt vast op welke terreinen de gemeente een voorzieningenbeleid moet voeren.De gemeente heeft lokale beleidsvrijheid om invulling te geven aan de voorzieningen, maar wordt verplicht inwoners te betrekken bij de invulling en uitvoering, de concrete acties, welke resultaten er mee worden bereikt en hoe de financiering is geregeld. De gemeente heeft een regierol. De toegang voor de inwoner voor zorg en ondersteuning dient overzichtelijk te zijn. Hiertoe zal binnen de gemeente een loket komen waar de inwoners met hun vragen voor ondersteuning op grond van de WMO terecht kunnen. De gemeente dient de inwoners goed te informeren over de veranderingen in de structuur als gevolg van de invoering van de WMO. Uit het oogpunt van preventie is de gemeente medeverantwoordelijk voor goede en doelmatige voorlichting ter bevordering van een gezond leefpatroon. Een belangrijke doelgroep hierbij vormen de jongeren. Gerichte voorlichting is vooral noodzakelijk op het gebied van alcohol, drugs, nicotine- en gokverslaving. De stichting Voorkom! speelt wat ons betreft hierbij een rol. De VVD zal bevorderen dat de gemeente alle mogelijke moeite zal doen om een huisartsenpost in Maarssen te realiseren.
de fractie van de VVD
Frank van Liempdt, fractievoorzitter
Piet Ploeg, vice-fractievoorzitter
Lideke Bosman-Hazewold, raadslid
Michael Landzaat, raadslid
Jan van Liempdt, raadslid
Fred Westra, raadslid en commissievoorzitter
Kathalijne de Kruif, commissielid
Steunfractie
Jos van Nieuwenhoven
Ries Engbersen
Bas Verwaaijen
Ronald van Liempdt
support van:
links naar VVD-sites Breukelen en Loenen